Zoeken
  • Patrick

Arthur Lehning en de Mauserkratten


Foto: Rob Mieremet / Anefo, Creative commons


Een aspect dat in mijn roman De vlinder in de inktpot misschien te weinig aan bod komt, is de verhouding tussen de communisten en de anarchisten in de Spaanse burgeroorlog. Aanvankelijk kent de Spaanse anarchistische vakbond, de CNT, een miljoen leden en zijn de communisten een splintergroepje. Het is deze grote groep die zo snel mogelijk overgaat tot het anarchistisch ideaal van zelfbestuur: het onteigenen van land, organiseren van gratis onderwijs en gratis gezondheidszorg. Het opzetten van deze nieuwe samenleefstructuur gaat ten koste van de strijd tegen de opstandelingen. De communisten hebben de steun van Stalin en werken goed aan hun public relations. Ze afficheren zich als een soort redelijke partner voor de relatief gematigd linkse landen van Europa, zoals Frankrijk en Engeland, misschien vanuit het besef dat die landen geen groep zullen steunen die zo radicaal is in de onteigening van privébezit en het verbannen van religie. Daarom hamert de communistische partij op het winnen van de oorlog, en als dat eenmaal geregeld is, komt die arbeidersrevolutie wel een keertje. Alsof je een revolutie in de koelkast kan zetten. Die propaganda werkt, want de Spaanse communistische partij groeit als kool, maar de uitwerking mislukt. Niet alleen ontzeggen Frankrijk en Engeland hun steun (‘het is een binnenlandse aangelegenheid’ luidt het non-interventie-argument) aan de wettige regering van Spanje, maar de interne strijd tegen de andersdenkenden in eigen gelederen vreet ook veel te veel energie. Naast de anarchisten moest er ook worden afgerekend met de gematigde socialisten en vooral de trotskisten van de POUM die de revolutie zo snel mogelijk wilden uitlokken. Een smerige oorlog-binnen-de-burgeroorlog die culmineerde in de infame meidagen van Barcelona in 1937, waar de communisten afrekenden met alle andersdenkenden binnen links. Vanaf dat moment was het niet veilig meer om af te wijken van de communistische dogma’s.

De CNT, die enorme anarchistische vakbond, begreep wat er dreigde te gebeuren: ze zouden uit de geschiedenis worden geschreven. In allerijl wordt het archief van de vakbond in een veertigtal Mauserkisten geladen en overgedragen aan het IISG, het internationaal instituut voor sociale geschiedenis. Dat is nu een florerende organisatie waar ik dankbaar heel veel gebruik heb gemaakt van de archieven, maar kende toen maar vier medewerkers. De man die de archieven in ontvangst nam, en in 1939 wist te behoeden voor Duitse confiscatie door ze door te sturen naar Oxford, is de Nederlandse anarchist Arthur Lehning. In 1927 is hij de oprichter van het internationale avant-gardistische tijdschrift i10 en in 1999 – hij is dan 99 of 100 jaar oud – krijgt hij de PC Hooftprijs. Daartussen gebeurde meer dan in een blogbericht past, meer dan in een roman past, maar ik citeer graag enkele relevante stukken uit een interview dat ik in het IISG aantrof.


Ik trof hier in Barcelona een stad vol enthousiasme die me sterk deed denken aan de verhalen van Gustav Landauer over het Rusland van oktober 1917. Het karakter van die revolutie was vooral vreugde. Ja, het zal je maar gebeuren dat je hier komt en de hele stad is in handen van jouw organisatie. Op de Ramblas speelde men van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat beroemde anarchistische liederen als Hijos del pueblo en Triunfo de la revolucion. Overal ontstonden spontaan agrarische communes, de fabrieken werden gecollectiviseerd, dat was uniek in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. … Ik kende natuurlijk de theorieën, de verhalen, maar ik zag het hier gebeuren.

Ja, wat anders is, is dat het klimaat van zo’n hele stad in het teken staat van deze ideeën. Geen slogans, maar metterdaad een omwenteling. Van de ene op de nadere dag waren alle organen en instellingen van de republiek verdwenen, ze bestonden eenvoudigweg niet meer: de bureaucratie, het leger, de politie en de Guardia Civil. De arbeiders hadden het overal voor het zeggen. … Een van de dingen die men zich al snel realiseerde, was dat de euforie op een gegeven moment in botsing komt met de werkelijkheid van alledag. … Er waren dorpen waar al het geld verbrand werd.

El fusil de hoy garantiza la cultura de manana; het geweer van vandaag garandeert de cultuur van morgen. Een aanstekelijke leus vooral voor de vele intellectuelen in en buiten Spanje die zich wel tot de anarchisten aangetrokken voelden. Maar de anarchisten moesten van buitenstaanders eigenlijk maar weinig hebben. … De CNT was voor 100% een arbeidersorganisatie en het was in Spa veel minder dan in andere landen mogelijk dat intellectuelen ook een rol speelden in die beweging. … Wanneer je, zoals Jef Last, met een pet op ging lopen, keken ze daar meteen doorheen. Je moest natuurlijk in zo’n organisatie als intellectueel geen dingen gaan decreteren zoals de politieke commissarissen bij de communisten dat deden. Het was altijd veel praten, ‘palabras, palabras, palabras.’


Het geweer van vandaag garandeert de cultuur van morgen.” Als je een archief redt in de houten kratten waar eerst machinegeweren in hebben gelegen, dan neem je dat heel serieus.

17 keer bekeken

Nog meer klikken klikken klikken?

  • Facebook Social Icon

© 2020 Patrick Bassant. Fotografie: Doeta Aartsma & Martijn Rijnberg # Wix.com